Actuele info

01.03.2021 - Corporate - Bouwrecht en aannemingsrecht., Corporate - Economisch recht met o.a. marktpraktijken, Public - Publiek en administratief recht

Over de passende beoordeling en het verlenen van omgevingsvergunningen: is de stikstofbom ook in Vlaanderen gebarsten?

Feitelijke context

In het kader van de gewenste uitbreiding en verdere exploitatie van een pluimveebedrijf te Kortessem wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. Het aangevraagde project omvat na de uitbreiding 177.300 slachtkuikens en 30 runderen.

Het project bevindt zich in de nabijheid van de speciale beschermingszone ‘Bossen en kalkgraslanden van Haspengouw’. Deze speciale beschermingszone is een zone met bijzondere natuurlijke kenmerken die op grond van het Natuurdecreet wordt beschermd.

Landbouwexploitaties leiden tot de emissie van onder andere ammoniak, die op hun beurt leiden tot verzuring en vermesting van de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszone. Dit zou een goede staat van instandhouding van de aanwezige en gewenste natuurlijke kenmerken kunnen verhinderen. Daarom moet voor ieder project in kaart worden gebracht welke gevolgen het stikstof zal hebben op de speciale beschermingszone.

Juridische context

Bij het beoordelen van een vergunningsaanvraag voor een landbouwexploitatie, die mogelijke effecten kan hebben op een speciale beschermingszone, moet een passende beoordeling worden opgesteld. Het doel hiervan is om voorafgaand aan het al dan niet verlenen van een vergunning te bepalen of het project kan leiden tot een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszone.

Passende beoordeling - artikel 36ter Natuurdecreet

Praktijk van de vergunningverlening

Om de impact van de projecten op een speciale beschermingszone te kunnen inschatten, moet worden onderzocht of ze mogelijk nadelige effecten kunnen hebben.

Het onderzoek naar mogelijke betekenisvolle effecten moet verlopen via een tweetrapsraket. De eerste trap is dat moet worden bepaald of een project mogelijk nadelige effecten kan hebben op een speciale beschermingszone.  Voor projecten die deze eerste trap overstijgen, wordt de tweede trap ontstoken. In de tweede trap moet worden onderzocht of de nadelige effecten betekenisvol zijn. Voor een project dat leidt tot een betekenisvolle aantasting, is het uitgangspunt dat het niet kan worden vergund. Dit is voorzien in artikel 36ter van het Natuurdecreet.

Eén van de parameters om te bepalen of een project nadelige gevolgen kan hebben, is de bijdrage aan de kritische depositiewaarde. Dit is de maximale milieudruk die een bepaald natuurlijk kenmerk kan verdragen zonder nadelige gevolgen te moeten ondergaan. De Vlaamse Regering heeft in een nota op algemene wijze een significantiedrempel van 5% vastgesteld. Projecten die minder dan 5% bijdragen aan de kritische depositiewaarde kunnen op basis van deze nota geen betekenisvol effect hebben. 

Tot op vandaag is de gangbare praktijk dat de gevolgen van een project op de natuurlijke kenmerken in een speciale beschermingszone in een eerste fase worden ingeschat aan de hand van een onlineapplicatie, de online ‘depositoscan’. Indien het resultaat hiervan lager is dan 5%, wordt op basis van het significantiekader besloten tot de afwezigheid van betekenisvolle effecten. Binnen Vlaanderen is er dus voor gekozen om te werken met een kwantitatieve grenswaarde waardoor de voortoets niets meer is dan het mechanisch vergelijken van 2 waarden.

Beoordeling door de Raad

De Raad vernietigde de omgevingsvergunning omdat niet voldoende concreet werd onderzocht wat de invloed van de landbouwexploitatie op de speciale beschermingszone en de daarin aanwezige natuurwaarden is.

Het louter mechanisch toepassen van de online ‘depositoscan’ volstaat dus niet als voortoets. Bijkomend oordeelt de Raad dat de kwantitatieve drempelwaarde van 5% niet kan steunen op objectieve en wetenschappelijke gegevens en bijgevolg niet bruikbaar is. Het belang van het arrest voor de vergunningverlening kan dan ook moeilijk worden overschat.

De bestaande praktijk van de vergunningverlenende overheden om te bepalen of een bepaald project mogelijke nadelige gevolgen kan hebben aan de hand van de online ‘depositoscan’ wordt nu een definitieve halt toegeroepen.

De Raad geeft ook duidelijk aan wat van de vergunningverlenende overheden wordt verwacht en hoe het onderzoek naar mogelijk betekenisvolle effecten moet worden gevoerd om in overeenstemming te zijn met artikel 36ter Natuurdecreet. Voor ieder project moet op basis van concrete elementen worden onderzocht wat de invloed kan zijn op een speciale beschermingszone. De concrete elementen die moeten worden onderzocht en waarop het onderzoek moet steunen, zijn de volgende:

·Mogelijke cumulatieve effecten van het project met andere projecten in de omgeving van de speciale beschermingszone.

·De instandhoudingsdoelstellingen die voor de speciale beschermingszone zijn geformuleerd.

·Zowel de voortoets als de daaropvolgende passende beoordeling moeten kunnen steunen op objectieve gegevens die met de vereiste zorgvuldigheid werden onderzocht.

Het Hof van Justitie heeft al eerder uitspraak gedaan over het toepassen van kwantitatieve drempelwaardes en de gevolgen ervan voor het al dan niet uitvoeren van een passende beoordeling. Het Hof heeft besloten dat kwantitatieve drempelwaardes mogelijk zijn voor zover iedere  redelijke wetenschappelijke twijfel over mogelijk schadelijke effecten is uitgesloten.

De Raad treedt het Hof van Justitie uitdrukkelijk bij en geeft aan dat individuele projecten vrijgesteld kunnen worden van de verplichting om voorafgaand aan de beoordeling ervan een passende beoordeling door te voeren, indien iedere redelijke twijfel over gevaar voor significante effecten is uitgesloten.

Over het Vlaamse significantiekader

Het bestaande Vlaamse significantiekader krijgt een onvoldoende van de Raad. De negatieve beoordeling van het Vlaamse significantiekader steunt op 2 motieven: 

·Een eerste punt van kritiek is dat het bestaande kader niet uitsluit dat meerdere kleine projecten samen tot betekenisvolle effecten kunnen leiden zonder aan een passende beoordeling te zijn onderworpen.

De drempelwaarde kan bovendien een onbeperkt aantal keer worden toegepast. Dit werd in de rechtsleer benoemd als een scenario van a death by a thousand cuts. Ook het  Hof van Justitie heeft eerder al aangegeven dat de frequente toepassing van een drempelwaarde niet aanvaardbaar is als niet iedere betekenisvolle aantasting wordt uitgesloten. De Raad schaart zich nu achter dit standpunt door te bepalen dat veel kleintjes één groot maken en dat vele kleine deposities ook tot een betekenisvolle aantasting leiden.

·Een tweede punt van kritiek is dat de drempelwaarde lukraak is gekozen door de Vlaamse Regering en dat iedere objectieve en wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt.

Bijkomend kan nog worden verwezen naar het gegeven dat de drempelwaarde zonder relevante motivering werd verhoogd van 3% naar 5% waardoor er bijkomende druk op de natuurlijke kenmerken mogelijk is gemaakt.

Besluit

De vergunningverlenende besturen moeten afstappen van de mechanische toepassing van de online ‘depositoscan’. Voor ieder project moet aangetoond worden dat er geen nadelige effecten op een speciale beschermingszone mogelijk zijn of dat deze effecten niet als betekenisvol kunnen worden gekwalificeerd. Het voorbereiden van het aanvraagdossier wordt naar de toekomst toe dus nog belangrijker.

De Vlaamse Regering moet werk maken van een regelgevend kader inzake stikstof.

Raad voor Vergunningsbetwistingen 25 februari 2021, nr. A-2021-0697:     http://www.dbrc.be/sites/default/files/atoms/files/Arrest%20RvVb-A-2021-0697%20in%20de%20zaak%201920-RvVb-0151-A.pdf 

Jordy Hendrikx